Verslag van mijn bezoek aan PEFO Uganda, februari 2019

Na een lange dagvlucht, een overnachting in Entebbe en een lange rit naar Jinja, kwamen we eindelijk aan op de plek van bestemming.

Maandag 4 februari:

We  werden rond 9 uur opgehaald door Khasim, de chauffeur van PEFO. We reden eerst naar een plek waar de container stond waarin zich 65 zakken met kleding, medische spullen en sportmateriaal  bevonden. Deze container was van een ander project en omdat er nog ruimte over was hadden wij onze spullen mee mogen geven. We laadden ze in de bus van het project en reden naar de plek waar het project zich bevindt. Daar maakten we een selectie, een deel was voor het sportproject PESTI bestemd, het grootste gedeelte voor het winkeltje van de grannies en een deel voor de kliniek van sister Rose. Zij was toevallig deze dag ook op het project. Ze hield een soort mini medisch kamp, er waren nog medicijnen over van het grote medische kamp dat in december gehouden was en dat door ons gefinancierd was. Op mijn verzoek zal sister Rose een lijst samenstellen met spullen waar ze dringend behoefte aan heeft voor het kliniekje. Ik heb benadrukt dat ik haar niets kan beloven maar dat wij wel onze best gaan doen om aan de benodigde spullen te komen. Zo heeft ze bijvoorbeeld niet eens een bloeddrukmeter tot haar beschikking. De kleding gaat naar het winkeltje waar de grannies voor heel weinig geld kleding kunnen kopen voor hun kleinkinderen. Teddy, één van de grannies is de persoon die de verantwoordelijkheid heeft voor het winkeltje.

Dinsdag 5 februari:

Bij aankomst op het project zat daar een groep vrouwen te borduren en kaarten te maken. De materialen hadden wij bij een vorig bezoek aan het project meegenomen. Ook de techniek hadden wij ze toen geleerd en het was mooi om te zien hoe goed ze dit opgepakt hadden. Er waren zelfs een paar oudere grootvaders die druk zaten te plakken en te tekenen. Ook werden er armbandjes geknoopt. Een paar maanden voor ons bezoek had ik al een bestelling doorgegeven van spullen die we graag wilden kopen, zodat de grannies ruim de tijd hadden om hieraan te werken.  Wij verkopen deze spullen dan weer tijdens de lezingen die wij geven en op markten en braderie:en.  Ik kocht 100 geborduurde kaarten, 100 andere kaarten en 50 geknoopte armbandjes. Helaas zijn er nog niet heel veel andere afnemers van hun producten. Wel liggen de kaarten en armbandjes in het winkeltje dat op het terrein staat. Bezoekers kunnen daar zelfgemaakte souvenirs kopen.   

De naaiclub was ook aanwezig om onze bestelling af te ronden, de schorten behoefden enige correctie, maar dat was geen probleem. Naast schorten, tasjes en kettingen hadden de grannies ook stoffen dieren en ovenwanten gemaakt. Al gauw had ik twee enorme tassen vol met spullen. Wij hebben op deze manier leuke originele producten voor de verkoop tijdens de lezingen en op markten en de grannies kunnen hierdoor weer voor een deel in hun onderhoud en dat van de kleinkinderen voorzien. De winst die gemaakt wordt in het winkeltje met de verkoop van kleding gaat naar het micro-krediet system dat PEFO voor de eigen grannies heeft opgezet. De grannies kunnen hier geld lenen tegen 1% rente, veel minder dan gebruikelijk is bij micro-krediet systemen. Daar bedraagt de rente soms wel 20%! Ook wordt de winst uiteindelijk weer verdeeld onder de deelnemers van SAKO, zoals het systeem hier heet. Er zijn inmiddels ruim 360 deelnemers.

Woensdag 6 februari:

Vandaag begint het echte werk: het bezoeken van 15 grannies die allemaal een huisje hebben gekregen of nog krijgen dank zij de uitzending van Omroep Max. Ook zouden we 2 grannies bezoeken die al eerder een huisje hadden gekregen van twee grootmoeders uit Friesland. We begonnen met het leukste gedeelte, namelijk met het bezoeken van grannies die al een huisje hebben gekregen.

Saina Namayanja was de eerste granny die we bezochten. Daar werd ik bijna doodgeknuffeld. Dit soort dankbetuigingen maken me erg verlegen omdat niet ík het huisje heb gefinancierd, maar iemand anders. Hoewel ik dat steeds probeer duidelijk te maken, kunnen ze het toch niet laten om mij te bedanken. Voor deze granny, die ook in de reportage van Max voorkomt, was extra geld overgemaakt om nieuwe kleren, matrassen en dekens te kopen. De nieuwe kleren waren zorgvuldig opgeborgen, maar werden toch te voorschijn gehaald en iedereen moest ze aantrekken voor de foto’s.  De gezondheid van Saina en de kinderen is een stuk beter dan toen wij ze in maart 2018 bezochten. De kinderen gaan allemaal naar school, al hebben ze niet alle boeken die nodig zijn. Vooral het oudste meisje doet het erg goed op school. Saina werkt nog steeds met de oudste kinderen en haar dochter op het land van anderen om aan geld voor eten te komen. Omdat er van het extra geld van MAX nog wat over was, bespraken we met haar de mogelijkheid om een eigen handeltje op te zetten, waarmee ze dan wat extra inkomen zou kunnen verdienen. Na overleg met Saina werd  besloten dat ze  eieren zou gaan verkopen. Daar is veel behoefte aan.

Saina en kleinkinderen

Jane Nakaiza was de tweede granny die we bezochten. Ook zij was gefilmd door MAX. En ook zij voelt zich een stuk beter nu ze in een goed huisje woont, al blijft haar been haar wel plagen. Haar huisje ziet er supernetjes uit. De matrassen zitten nog allemaal in plastic, om ze zo beter te kunnen beschermen tegen alle stof en bedplasserij. Haar oude huisje staat er ook nog, dat gebruiken de meeste grannies die een nieuw huisje krijgen om in te koken. Een deel van de kamer heeft ze afgeschermd, zodat ze een extra slaapkamer heeft. De eerste keer dat ze in haar nieuwe huisje wakker werd, kon ze het niet geloven: ze dacht dat ze gedroomd had. Het schoolgeld is wel een probleem, de kinderen gaan niet altijd naar school. Hoewel de regeringsscholen officieel gratis zijn, moet er toch elk kwartaal schoolgeld betaald worden voor boeken, andere schoolspullen, stencils, examens, uitjes, sport, etc. De regering draagt slechts 1 euro per kind per kwartaal bij aan materialen. En dat is lang niet genoeg. Als de kinderen het schoolgeld niet betalen worden ze vaak naar huis gestuurd. Soms gaan ze gewoon in de klas zitten, er zijn zoveel kinderen in een klas dat de leraar toch niet merkt dat er een paar kinderen meer zijn. Maar ze kunnen dan niet meedoen met proefwerken en gaan dan niet door naar de volgende klas. Ook hier werden de nieuwe kleren aangetrokken voor de foto. En ook met Jane is afgesproken dat ze een handeltje in eieren mag gaan opzetten, aangevuld met tomaten, kool, etc.  Ze had al een soort winkeltje gebouwd langs de weg.

Tapenenzie Mwendeze was de derde granny die gefilmd was door Omroep Max. Zeker toen ze haar nieuwe jurk aantrok was het verschil met de vorige keer enorm. Ze heeft veel minder pijn, nu ze minder zorgen heeft vertelde ze. Ze heeft wel hele rode ogen, daar heeft ze erg veel last van. Dat het nu het droge seizoen is, met ontzettend veel stof, helpt ook niet echt. De kinderen zijn ook minder vaak ziek en ze gaan allemaal naar school. Het huisje zag er ook verzorgd uit. Ook Tapenenzie krijgt een eierenhandel. Voor concurrentie hoeven deze grannies niet bang te zijn, want ze wonen best ver van elkaar af.

Tapenenzie en kleinkinderen
Tereza en kleinkinderen

Tereza Nakisige was de laatste granny die we deze dag bezochten. Zij heeft vorig jaar al een huisje gekregen van een Friese granny. Ze heeft vroeger polio gehad, waardoor ze haar ene been niet kan gebruiken en zich met een stok voortbeweegt. Helaas gaan de kinderen momenteel niet naar school, het ontbreekt haar aan middelen om het schoolgeld te betalen. Tereza heeft inmiddels wel een winkeltje opgezet waarin ze zeep, zout en gemalen pinda’s verkoopt (daar maken ze hier een soort saus van). Hier verdient ze 500 shilling per dag mee, dat is 25 cent…..Omdat het bezoek tijdens een doordeweekse dag plaatsvond waren niet alle kleinkinderen thuis, hoewel PEFO wel zijn best gedaan had om de grannies van te voren in te lichten over het bezoek.

Donderdag 7 februari:

Sauba Namatemba was de eerste granny van deze dag. Ze woonde heel afgelegen bij een soort moeras. Bij aankomst vonden wij een hele zieke vrouw. Ze lag enorm te trillen in haar bed. Voor een bezoek aan het toilet (een gat in de grond een eindje achter het hutje) moest ze ondersteund worden door twee buurvrouwen. Ze had diarree en was al behoorlijk uitgedroogd. Ook was er geen eten voor haar of de kinderen. We gaven wat bananen en paracetamol tegen de pijn en zorgden ervoor dat ze naar het dichtsbijzijnde ziekenhuisje gebracht werd. Sauba is ongeveer 70 jaar. De oudste kinderen werken op een suikerplantage in de buurt. We konden niet met haar praten, dus haar vertellen dat ze een nieuw huisje kreeg van een Nederlandse mevrouw was op dit moment niet aan de orde. We vertrokken met een heel akelig gevoel. Ik kom later in dit verslag nog terug op Sauba.

Sauba
Betty en kleinkinderen

Betty Namukose is een granny van 80 jaar. Ze oogde nog redelijk fit en opgewekt, maar ze bleek heel slecht ter been te zijn. Ze woont met 8 kleinkinderen in een heel klein huisje zonder ramen. De jongste twee kleinkinderen slapen ‘s nachts bij de buren omdat het huisje te klein is voor een slaapplaats voor alle kinderen. Buiten lag een stapel vodden, dat waren de bedden die te drogen lagen. Afrikaanse kinderen plassen vaak, in tegenstelling tot wat ik altijd dacht, nog heel lang in hun bed. Ook bij Betty is het betalen van schoolgeld een groot probleem. Ze heeft heel weinig grond rondom het huisje, maar ergens anders heeft ze nog een stukje grond. Daar wordt het nieuwe huisje op gebouwd. Betty was zo blij met de boodschap dat ze een nieuw huisje krijgt. Bijna overal barstten de grannies uit in een luide vreugdekreet, soms gepaard gaand met een dansje. Ook de buren delen vaak mee in de vreugde, mooi om te zien.

Scovia Namuganza was nu aan de beurt. Ze heeft een redelijk groot huisje, maar het voorste gedeelte kon niet gebruikt worden omdat het op instorten stond. Ik gaf ze een foto van het echtpaar waar Scovia een huisje van kreeg en uiteraard was er ontzettend veel vreugde bij Scovia en de kleinkinderen toen ze hoorden dat ze een nieuw huisje zouden krijgen. Ook hier waren de kinderen dit trimester nog niet naar school geweest omdat er geen schoolgeld was. Hoewel het schoolgeld voor de regeringsscholen geen groot bedrag is, is dit toch bij de meeste grootmoeders een enorm probleem. Met Justine Ojambo, de coordinator van dit project heb ik het er veel over gehad wat hieraan te doen zou zijn. Wij van grannies2grannies Friesland richten ons uitsluitend op de huisjes, maar scholing is ook zo ontzettend belangrijk. We hebben hier nog geen oplossing voor kunnen bedenken.

Scovia en kleinkinderen
Florence en kleinkinderen

Florence Nabirye was de laatste granny die we vandaag zouden vertellen dat ze  een huisje kreeg. Dit is toch wel heel dankbaar werk hoor! Het was heel grappig: toen we aankwamen zat daar een heel zielige vrouw. Ze had net een dreun tegen haar oor gekregen van een man die geestesziek was. Ze had veel pijn en zat zich enorm op te winden. Maar toen we haar vertelden dat ze een huisje zou krijgen van een groep vrouwen uit Eelde (casa ladies with a mission) vergat ze haar hele oorpijn en boosheid en barstte uit in luid gezang en dans, samen met de hele buurt. Ze wist van geen ophouden. Ze heeft nog hele kleine kleinkinderen, die nog niet naar school gaan. Een paar kinderen hadden veel last van zandvlooien. Die krijgen ze omdat ze op blote voeten lopen. Er ontstaan grote gaten in de voeten en het is heel pijnlijk. Er is een special team dat deze aandoening behandelt, dat zou worden ingeschakeld. Je kon in haar huisje trouwens geen hand voor de ogen zien, alles moest op de tast gebeuren.

Vrijdag 8 februari:

Deze dag gingen we niet naar het project, maar gingen we naar Jinja om nog meer inkopen te doen. De grannies hebben een beperkt aantal producten in de aanbieding. Voor de variatie kopen we ook nog andere spullen in de winkeltjes in Jinja. Ik ging vooral op zoek naar mooie Afrikaanse stoffen. Helaas lukte dit niet helemaal.

Zaterdag 9 februari:

Dit weekend gingen we naar Busia. Dat is een district grenzend aan Kenia. Hier komt Justine, de koördinator van PEFO Uganda, oorspronkelijk vandaan en hier is nog een project van PEFO met eenzelfde gebouw als in Jinja. Hier werken ze echter nog niet met grannies, maar vooral met kinderen uit de buurt en jongeren die een opleiding krijgen. Op een stuk grond aan het Victoria meer gaat een geitenproject gerealiseerd worden, gefinancierd door PEFO Nederland en Wilde Ganzen. De financiering is nog niet helemaal rond, maar er is al een pomp op zonne-energie aangeschaft met 600 meter slang om het water hogerop de heuvel te krijgen, waar de geiten gehouden zullen gaan worden. Dit systeem is al uitgeprobeerd en het voldeed prima. Halverwege de heuvel waren jongens bezig in de hitte (het is het warme seizoen) een enorme put te graven van 6 meter diep. Hierin wordt het water opgeslagen en van daaruit moet het nog 400  meter verder heuvelop getransporteerd worden naar de plek waar de geitenfarm gebouwd gaat worden. De bedoeling is dat tienermoeders een geit krijgen, die voor melk gaat zorgen en dus voor inkomen, zie www.adopteereengeit.nl .

Na het geitenproject bezochten we PEFO Busia. Ondanks dat het weekend was waren er veel kinderen uit de buurt uit zichzelf naar het project gekomen, zelfs hele kleine kinderen.  Hier konden ze lezen, spelen, televisie kijken en ze kregen een maaltijd. Door de week komen hier bij toerbeurt scholen uit de omgeving. Dit omdat de scholen zelf nauwelijks materiaal hebben. Op het project zijn studie- en leesboeken. De boeken van Mies van Hout zouden hier heel goed van pas komen op de afdeling speciaal voor de kleintjes bedoeld.

Kleuterafdeling PEFO in Busia
Optreden Brassband

Ontroerend was het optreden van de brassband, bestaande uit een tiental kinderen. Het waren nog beginners, maar ze deden ontzettend hun best. Er zijn veel meer kinderen die belangstelling hadden voor de band, maar er zijn slechts 10 (gedeukte) instrumenten. De bedoeling is dat de kinderen goed leren spelen en op die manier later een inkomen verdienen met de muziek door op te treden bij bruiloften en andere gelegenheden. Wij hadden in Nederland al bij diverse muziekkorpsten gevraagd om afdankertjes. Maar die zijn moeilijk te krijgen. Maar zelfs al zijn ze nog zo slecht, ze willen ze graag hebben voor het project. Er is een Nederlander uit Tilburg die ze kan opknappen en hij wil ook een tijdje naar het project komen om de kinderen les te geven.

Vervolgens reden we naar een plek bij het Victoria meer waar Justine, de koördinator van PEFO Uganda dus, een groot visproject wil opzetten. Hij heeft hiervoor een aanvraag ingediend bij o.a. Achmea. De bedoeling is dat in het Victoriameer viskwekerijen komen, waarmee de plaatselijke bevolking een inkomen kan krijgen. Het Victoria meer heeft enorm veel potentie, maar nu wordt het vaak verkeerd gebruikt. De mensen die rond het Victoria meer wonen vissen vaak illegaal en op een verkeerde manier in het Victoria meer. Ze gebruiken netten waarmee ook te kleine visjes gevangen worden. Vaak worden ze betrapt door het leger, dat daar regelmatig patrouilleert en dan worden de netten in beslag genomen en krijgen de vissers een dikke bekeuring. Justine wil ruim 80 bakken met tilapia vissen hebben, waarmee 2000 gezinnen uit de omgeving een inkomen kunnen verwerven. Ook wil hij het terrein gebruiken om studenten te trainen en om landgenoten te laten zien welke soorten vis er allemaal leven in het Victoria meer. De winst die dit project oplevert, kan dan weer gebruikt worden voor het project van PEFO.

Zondag 10 februari:

Na een overnachting in een totaal verwaarloosd resort (er was zelfs geen water) dat echter op een prachtige plek lag, dus heel veel potentie had, gingen we de volgende dag met een boot naar de plek waar de viskwekerijen zouden moeten komen. Onderweg kwamen we veel vissers tegen die illegaal aan het vissen waren. Het was zondag en ze hoopten dat het leger dan niet paraat zou zijn. De plek ligt wat infrastructuur betreft heel gunstig. Er wordt een nieuwe weg aangelegd van Kampala naar Kenia die pal langs deze plek loopt. Dus heel gunstig om de vis af te voeren naar de diverse markten.

Zonsopkomst in Busia
Viskwekerij in het Victoria meer

Wat ook bizar was, was dat er een complete ijsfabriek lag, gefinancierd door de Wereldbank. Deze fabriek stond er al 5 jaar en was nog nooit in gebruik genomen. Men kan hier de vis schoonmaken, in het ijs doen en dan vervoeren. Alles was compleet: tafels met wateraanvoer en electriciteit om de vis schoon te maken, een enorme ijsfabriek en allerlei gebouwen, volledig gemeubileerd. Deze zou op termijn, als het project doorgaat, misschien gehuurd kunnen worden van de locale overheid. Nu maar hopen dat Achmea of een andere organisatie dit project een kans wil geven. Dat zou wel heel mooi zijn. Justine hoopt met dit project PEFO Uganda op den duur minder afhankelijk te maken van donoren. Hij is constant op zoek naar projecten die inkomen kunnen genereren voor het project.

Maandag 11 februari:

Bij aankomst op het project in Jinja zagen we een enorme bedrijvigheid: men was bezig een grote kippenschuur te bouwen. Eieren brengen veel geld op in Oeganda en het aantal kippen op het project breidt zich steeds meer uit, het is een goed verdienmodel. Khasim, onze trouwe chauffeur, trouwens de beste van heel Oeganda, bracht ons deze ochtend naar de eerste granny.

Gertrude Seigura is een granny die vorig jaar een huisje kreeg van een Friese mevrouw. Ook hier werd ik bijna doodgeknuffeld, dus weer heel genant…. Ze had zelfs allerlei cadeautjes voor me, zoals bananen (wanneer hebben haar kleinkinderen voor het laatst bananen gegeten?), een mand en zelfs een kip. Weigeren was geen optie werd mij verteld. Ik zei haar dat ik de mand aan de Friese mevrouw zou geven die het huisje had gedoneerd (gaat echt gebeuren hoor). De poten van de kip werden aan elkaar gebonden en zij werd in de bak van de pick-up gegooid en de bananen vergat ik zogenaamd om mee te nemen. De kip hebben we later op de dag aan een andere granny gegeven die het heel slecht had. Gertrude is zo blij met haar huisje. Ze heeft naast de zorg voor haar kleinkinderen ook nog de zorg voor een achterkleinkind. Ze heeft veel last van haar knieën. Ze huurt een stukje land, waar ze, samen met de kleinkinderen, een en ander op verbouwt.

Geertrude en de kleinkinderen, ze had de foto nog die ik haar vorig jaar gegeven heb van de mevrouw die haar huisje doneerde
Nikaranda en 4 van haar kleinkinderen

Nakiranda Bikufaki krijgt ook een huisje van een echtpaar dank zij de uitzending van Max. Er waren 4 kleinkinderen thuis. Het oudste meisje zat op school, de oudste jongen die voor het meeste inkomen moet zorgen, was op stap met zijn gehuurde boda boda. Een boda boda is een bromfiets die in heel Oeganda gebruikt wordt als een soort taxi. Hele families worden erop vervoerd. Een voet van Nakiranda zag er slecht uit, twee tenen waren aangevreten door ratten. Dat gebeurt ‘s nachts en het schijnt dat je dit niet voelt omdat een rat een slimme truc bedacht heeft: hij blaast tegen je voet, dit heeft een verdovend effect en je voelt de pijn pas de volgende ochtend. Ze heeft veel pijn over haar hele lichaam vertelde ze. Nakiranda kreeg ook een foto van haar donoren, met een kaart met een boodschap daarop erbij. Die vertaalden we voor haar. Wat was ze blij toen ze te horen kreeg dat ze een nieuw huisje kreeg.

Zulaiki Mukembo , de volgende granny die we bezochten, is nog een vrij jonge vrouw met een enorme bult in haar nek. Men weet niet zeker wat voor kwaal ze heeft, het woord kanker is wel gevallen. Maar naar een ziekenhuis gaan, is er voor haar niet bij. Eén van de kleinkinderen heeft astma, een jongetje heeft last van epileptische aanvallen en alle kinderen hebben regelmatig malaria. De meeste kinderen van de grannies die we bezoeken krijgen slechts één maaltijd per dag. Ze gaan zonder ontbijt naar school, pas als ze thuiskomen krijgen ze te eten. En zo’n maaltijd bevat zeker niet de schijf van vijf, meestal is het posho (een dikke brij van maismeel) en soms wat groente. De kleinkinderen sprokkelen hout wat verkocht wordt, zodat er wat inkomen is.

Zulaiki en haar kleinkinderen
Mangadalena en kleinkinderen

Mangadalena Nambi was er van alle grannies die we vandaag bezochten het slechts aan toe wat huisvesting betreft. Het huisje was zo ontzettend klein en de gaten in het dak en de muren waren zo ontzettend groot. Ze heeft problemen met haar hart vertelde ze. Ze heeft nauwelijks familieleden meer, ze staat er helemaal alleen voor. Ze kookt ook in het huisje. Als er niet zoveel gaten in het dak zaten, dan waren ze allang doodgegaan aan de rook, een geluk bij een ongeluk dus. Bij een vorig bezoek dat de staf van PEFO aan haar bracht, zat er een slang in het huisje. Het oudste meisje doet het goed op school. De kinderen worden echter vaak naar huis gestuurd omdat ze het schoolgeld niet betaald hebben. De kip van Gertrude ging naar deze familie. Het jongetje dat de kip in ontvangst nam was er eerst een beetje bang voor, maar later liep hij helemaal blij met zijn nieuwe vriendje rond. Ik ben echter bang dat die vriendschap niet lang geduurd heeft….Zij kreeg een huisje van een echtpaar uit Roermond. En daar was ze uiteraard zielsgelukkig mee.

ontzettend slecht huisje
jongetje met zijn kip

Alice Tibawaika was de laatste granny van vandaag. Zij krijgt een huisje van een grootmoeder uit Naarden, die zo onder de indruk was van de uitzending van Omroep Max dat ze er niet van had kunnen slapen. Alice woont met 8 kleinkinderen en één achterkleinkind in haar huisje. Haar kleindochter die ook een kind had, was naar het ziekenhuis, de baby was ziek. Recent was er nog een klein jongetje van 2 bijgekomen, het zoontje van haar overleden zoon die door de schoondochter bij oma gedumpt was. De oudste kleinzoon van 14 gaat niet naar school. PEFO gaat kijken of hier een oplossing voor is. Mocht Alice overlijden, dan wordt hij verantwoordelijk voor de andere kinderen en dan is een opleiding belangrijk. Er was wat extra geld overgemaakt voor Alice. We bespraken met haar hoe dit het beste besteed kon worden. Zij stelde voor om een bananenwinkeltje te starten. Ook zou ze graag een paar geiten willen hebben. Ze heeft dan melk voor de kinderen en ze kan er mee gaan fokken en geiten verkopen zodat ze het schoolgeld van de kinderen kan betalen. De geiten kunnen overnachten in het oude huisje als het nieuwe huisje klaar is. Ze gaat hierbij begeleid worden door SAKO, het micro-krediet fonds van PEFO>

Alice en haar kleinkinderen

Dinsdag 12 februari:

Vandaag hield het “housing committee” haar maandelijkse vergadering. De huisvestingscommissie bestaat uit afgevaardigden van elk van de 10 bestaande grannies groepen. Ze worden gekozen door de groep en ze rouleren elk jaar. Het housing committee beslist welke grannies een huisje krijgen. Dit zorgt voor heftige discussies: de afgevaardigden pleiten vaak voor hun eigen groepsleden. Zelf komen ze, zolang ze afgevaardigde zijn niet in aanmerking voor een huisje. Maar ook de kriteria worden besproken: heeft iemand die al 10 jaar lid is van PEFO meer rechten dan iemand die pas 1 jaar lid is, ook al heeft die laatste persoon dringender een huisje nodig dan de eerste granny? Besloten wordt dat men minimaal 2 jaar lid moet zijn van een groep. Dit om te voorkomen dat iemand alleen maar lid wordt van de groep omdat ze graag een huisje wil. Een granny moet eerst aantonen dat ze vooral lid geworden is van de groep om steun te ervaren van de andere leden en dat ze ook meedoet met de activiteiten. En wat als iemand maar twee kleinkinderen heeft maar toch in een heel schrijnende situatie verkeerd wat huisvesting betreft. Dit is een lastige kwestie en hier kwam men tijdens deze vergadering niet uit. Maar het was mooi om te zien hoe serieus iedereen haar taak op zich nam en hoe krachtig deze vrouwen zijn.

 

 

 

vergadering van het housing committee

 

 

Hierna was het weer tijd om met Khasim, de chauffeur en Judith, staflid van PEFO op bezoek te gaan bij de grannies.

Deborah Bangi was als eerste aan de beurt vandaag. Deborah heeft vorig jaar een huisje gekregen van iemand uit Castricum. Ze woonde in een planken hutje pal naast de doorgaande weg. In de droge tijd is het hier dan vergeven van de rode stof en in de natte tijd van de modder. Ze heeft nu een nieuw huisje dat iets verder van de weg af staat, maar nog steeds wel op een stoffige plek. Maar ondanks de stof was het nieuwe huisje een enorme verbetering. Ze was er dan ook super blij mee, en weer werd ik ten onrechte de hemel ingeprezen. Deborah heeft 9 kleinkinderen. Een aantal van hen was bij onze aankomst soja aan het fijnstampen. Hier wordt sojamelk van gemaakt en wat overbleef was een soort dike brei die als pap werd gegeten. De oudste jongen was een schoolverlater, gekeken gaat worden wat hij kan gaan doen. Er is een programma op het project voor oudere kleinkinderen. De jongens kunnen een opleiding tot timmerman volgen, of bouwvakker. Al het beddengoed lag buiten te drogen, in onze ogen waren het niet meer dan vodden.

Deborah en haar kleinkinderen.
Oude huisje Deborah naast de weg                                   
Dit kleinkindje lacht altijd                                         

 

 

Rose Makoha was de volgende granny die we bezochten. Ze woont pal tegenover de school waar 4 van haar kleinkinderen op zaten. Ze huurt een deel van een huisje van iemand anders. Toen we aankwamen rende ze naar de school om ze op te halen. De andere 3 kinderen zaten op een school verder weg. Ze was in de war met de datum, ze dacht dat we een dag later zouden komen, anders had ze die wel thuis gehouden. Rose is hiv positief en gebruikt medicijnen. Ook voor deze granny was extra geld overgemaakt door de grootmoeder uit Wommels die het huisje doneerde. Rose wil graag een winkeltje beginnen met schoolspulletjes zoals schriftjes en pennen. Dit vanwege de school tegenover haar huisje. Ze kookt af en toe op school voor de kinderen, hiermee verdient ze wat. Ze wist al dat ze een huisje zou krijgen, er waren al bouwmaterialen zoals zand, cement en stenen gebracht.

Rose en vier van haar kleinkinderen
Rachael en haar kleinkinderen.

 

Bij Rachael Kikuida waren ook al zand, cement en stenen gebracht. Dus ook zij wist al van haar nieuwe huisje. De grannies kunnen het vaak niet bevatten dat ze een nieuw huisje krijgen, het is zoiets groots. Het is de bedoeling om zo snel mogelijk met de bouw van de huisjes te beginnen. De regentijd komt eraan en hoe korter de grannies en de kleinkinderen nog in de oude huisjes wonen hoe beter het uiteraard is. Rachael heeft wat koffiestruiken op haar erf staan. De koffiebonen worden verkocht aan een opkoper die daar meestal te weinig voor betaalt. Maar ze moet wel, want ze kan de bonen niet rechtstreeks aan de fabriek verkopen. Rose krijgt een huisje dat bijeengebracht is door de Doopsgezinde Kerken in Friesland. Zij krijgt, als het huisje klaar is, een bordje met de naam “Menno Hûske” op haar huisje.

Magarita Namulondo was de laatste granny die we deze dag zouden bezoeken. In haar levensbeschrijving stond dat ze vier kleinkinderen te verzorgen had. Maar dat bleken er zeven te zijn. Zelf heeft ze de slaapziekte. Ze vertelde dat ze het daardoor vaak heel koud heeft en ook veel last van hoofdpijn heeft. Het is bij haar chronisch. Ze heeft ergens anders een stukje land waar ze koffiestruiken heeft staan. Ook zij verkoopt haar koffiebonen aan een opkoper voor een te lage prijs. Zij krijgt een huisje dank zij een pub quiz die ZONTA Friesland heeft georganiseerd.

Magarita en kleinkinderen
Sauba in het ziekenhuis

Op de terugweg gingen we toch nog even langs het plaatselijke ziekenhuis. Daar waren we een dag eerder ook al geweest, op zoek naar Sauba. Wij konden haar toen niet vinden en niemand kon vertellen of ze daar nog was. De kleinkinderen liepen daar rond zonder dat iemand op ze lette. De oudste kleinzoon was aan het werk op de suikerrietplantage. Deze dag echter vonden we Sauba wel. Ze lag in een hoekje van een zaaltje. Ze kon al weer een beetje lachen, maar ze bleek erge honger te hebben. Als je in Oeganda in het ziekenhuis ligt, moet de familie of de buren eten voor je maken. Het ziekenhuis voorziet hier niet in. En toe nu toe had niemand dat gedaan. Gelukkig was net een buurvrouw langs geweest en die was nu naar huis gegaan om eten voor Sauba te koken. Onze koekjes en bananen boden tijdelijk uitkomst. De dag daarop zijn we weer langs gegaan met een heleboel levensmiddelen, zodat ze een beetje kan gaan aansterken. Gelukkig bleek toen de vrouw van haar overleden zoon overgekomen te zijn om voor haar en de kleinkinderen te gaan zorgen. Ze was nu heel blij en dankbaar voor het huisje dat ze krijgt.

Terug op het project ging ik langs bij de naaiclub. Dit zijn de vrouwen die de schorten, mobiles, ovenwanten, stoffen beesten en tassen voor ons maken. Ze hadden een verzoek aan Grannies2Grannies Friesland. Nu mogen ze ‘s middags, als de meisjes die een opleiding tot naaister volgen klaar zijn, twee naaimachines van het project gebruiken om de spullen voor ons te maken. Maar ze hebben allemaal kleinkinderen thuis en met twee naaimachines schiet het ook niet erg op. Dus ze zouden zo graag allemaal een eigen naaimachine thuis willen hebben. Dan kunnen ze ondertussen de kleinkinderen in de gaten houden en ze kunnen dan ook in opdracht voor anderen naaien, zodat ze daar weer iets extra mee verdienen. Na overleg met Justine, de koördinator van PEFO hebben we afgesproken dat we een aanvraag gaan doen voor 20 naaimachines bij Gered Gereedschap. Die sturen regelmatig containers naar het project toe, want PEFO is ook distributeur van Gered Gereedschap voor Oeganda.

De naaiclub van PEFO

Hierna volgde nog een bezoek aan het kliniekje van sister Rose. Ze had een lijst met spullen opgesteld die ze heel dringend nodig heeft in de kliniek. We hebben de lijst doorgenomen en ik heb haar beloofd dat we ons best gaan doen om zoveel mogelijk van deze spullen bij elkaar te krijgen. Inmiddels zijn er al de nodige spullen binnengekomen, dank zij gulle gevers, waarvoor heel veel dank. De lijst volgt nog en de koördinatie voor dit project ligt bij Henk en Jantina Dotinga. Zij hebben al langer contact met sister Rose.

Woensdag 13 februari:

Het belangrijkste werk, het bezoeken van 17 grannies, was gedaan. Deze dag ging op aan het kopen op de plaatselijke markt van levensmiddelen voor Sauba en een bezoek aan haar in het ziekenhuis (zie verhaal hierboven), het alvast een en ander regelen voor het bezoek in november aan het project van de meeste leden van onze werkgroep en wat echtgenoten en het doen van de laatste inkopen bij de grannies. Ik had om bananenblad gevraagd, nu dat kwam er, veel te veel dus….

Donderdag 14 februari:

Vandaag op de boda boda naar Jinja town om te proberen nu wel mooie Afrikaanse stoffen te kopen. En dat lukte heel aardig, er was nieuwe voorraad gekomen. Tijdens mijn vorige bezoek aan Jinja was ik op zoek gegaan naar Elijah, de man die de kaarten met fietsjes maakt. We hadden ze eerder bij hem gekocht. Ik had 100 fietsjes besteld bij hem en die zouden deze dag klaar zijn. Niet dus! Hij beloofde dat ze de volgende dag echt klaar zouden zijn.

Die middag hadden we een vrije middag, ik vond eigenlijk dat ik die wel verdiend had. We hebben best hard gewerkt. Helaas was het deze dag Valentine en dat moest in onze lodge gevierd worden met heel veel herrie: een enorme gettoblaster stond de hele middag en een deel van de avond knetterhard aan, jammer.

Vrijdag 15 februari:

‘s Ochtends eerst Jinja in voor de fietsjes. En ja hoor, ze waren klaar. Klaske zal ze op kaarten plakken. Omdat ik niet veel meer te doen had, maar mijn echtgenoot nog wel een bespreking had met de sportcommissie, begon ik vast met het typen van dit verslag. Helaas viel de stroom twee keer uit voordat ik iets had opgeslagen…. Tijdens zo’n stroomstoring nam ik een kijkje in de bibliotheek. Net als op het project in Busia komen ook hier de hele week scholen uit de omgeving naar toe, omdat hier boeken zijn en op school meestal niet. Ook is hier speelgoed aanwezig, er zijn spelen en computers. De kinderen worden met de bus van het project gehaald en gebracht. Er is echter nog weinig structuur te bekennen in de bezigheden. Judith, het staflid dat verantwoordelijk is voor de bibliotheek, gaf toe dat er nog wel lijn aangebracht moet worden in de activiteiten die hier aangeboden worden. Ze zou het op prijs stellen als de leerkrachten die in november mee gaan naar het project hierin advies kunnen gaan geven.

 

 

 

Dit was de laatste dag op het project. Al met al waren het twee indrukwekkende weken vol schrijnende armoede. Maar ook had ik zoveel respect voor de staf van PEFO die ontzettend veel voor elkaar krijgt in één van de armste delen van Oeganda. Het bruist van de energie en activiteiten op het project en dat is heel hoopgevend.

Ria Bakker, februari 2019